Foto Marc Bolsius

Omvangrijkste onderzoeksproject naar Jheronimus Bosch ooit werpt nieuw licht op zijn œuvre

1 februari 2016

Waardevolle ontdekkingen en veel meer inzicht in het werk van Jheronimus Bosch zijn de vrucht van jarenlang systematisch onderzoek en technologische innovaties. Hiermee levert het Bosch Research and Conservation Project een belangrijke bijdrage aan het beter begrijpen van de creativiteit en het genie van deze zoon van ‘s-Hertogenbosch. Bovendien is het relatief kleine oeuvre van Bosch op basis van de BRCP-resultaten uitgebreid. Ook is een aanzienlijk aantal van zijn schilderijen en tekeningen in de aanloop naar de viering van 500 jaar Jheronimus Bosch gerestaureerd en heeft zijn oorspronkelijke glans teruggekregen. Het doel van het project was immers zowel onderzoek als restauratie. Het BRCP is een initiatief van de Radboud Universiteit Nijmegen, de Stichting Jheronimus Bosch 500 en Het Noordbrabants Museum en kwam tot stand met financiële steun van het Gieskes-Strijbis Fonds en de Getty Foundation (Panel Paintings Initiative).

Bosch Research and Conservation Project

Het Bosch Research and Conservation Project (BRCP) is het grootste internationale kunsthistorisch onderzoek dat ooit naar de schilderijen en tekeningen van Jheronimus Bosch (ca. 1450 ’s-Hertogenbosch 1516) is gedaan. Een team van negen deskundigen met diverse expertises heeft sinds 2010 vrijwel het gehele oeuvre van Bosch wereldwijd intensief en systematisch onderzocht.

Onderzoeksmethodiek

Vrijwel het volledige oeuvre van Bosch is volgens een wetenschappelijke, gestandaardiseerde onderzoeksopzet gedocumenteerd. Traditioneel richt het meeste Bosch-onderzoek zich op de betekenis van de kunstwerken van Jheronimus Bosch. Kwesties als schildertechniek, de atelierpraktijk en de conditie van de werken kregen tot dusver veel minder aandacht. Om de betekenis van deze vaak raadselachtige beelden te begrijpen, is een gedetailleerde analyse echter van cruciaal belang. De eerste zorg van het BRCP was daarom een zorgvuldige, gestandaardiseerde documentatie van de schilderijen. Dit is gebeurd met behulp van infraroodreflectografie en ultrahoge resolutie digitale macrofotografie, zowel in het infrarood als in zichtbaar licht.

Voornaamste ontdekkingen

Door middel van de geavanceerde digitale infrastructuur die door het BRCP is ontwikkeld, konden verbanden worden gelegd die voorheen onopgemerkt bleven. De karakteristieke wijze waarop Bosch details vaak in verf 'tekent' en pasteus met verf boetseert kan nu moeiteloos in beeld worden gebracht en uit alle schilderijen heel direct en precies met elkaar worden vergeleken. Ook wordt nu de brug geslagen tussen schilderijen en tekeningen, werelden die voorheen in hoge mate gescheiden waren. Het blijkt dat de wijze van schilderen bij Bosch belangrijke overeenkomsten vertoont met zijn tekenwijze. Naast een veel beter inzicht in het ontstaansproces van de kunstwerken, speelt de BRCP-documentatie ook een belangrijke rol in de toeschrijving van werken die tot op heden niet aan Bosch zelf werden toegekend. De meest verrassende uitkomst van het onderzoek is de toeschrijving van het relatief onbekende schilderij De verzoeking van de heilige Antonius uit het depot van het Nelson-Atkins Museum (Kansas City, Missouri) aan Bosch zelf (zie apart persbericht). Al deze werken zullen te bewonderen zijn in ’s-Hertogenbosch.

Het aantal tekeningen dat aan de meester wordt toegeschreven is bijna verdubbeld. Zo werd de tot nu toe anonieme tekening Hellelandschap door de BRCP-onderzoekers als een authentiek werk van Jheronimus Bosch herkend. De tekening was altijd verborgen in privébezit en zal voor het eerst publiekelijk worden getoond tijdens de overzichtstentoonstelling over Jheronimus Bosch, vanaf 13 februari 2016 in Het Noordbrabants Museum. Daarnaast wordt het schilderij Het Laatste Oordeel uit Brugge door de BRCP-onderzoekers nu voor het eerst zonder omhaal aan Bosch toegeschreven. De schoonmaak en restauratie van de grisailles op de buitenzijde van de luiken heeft de grote schilderkunstige kwaliteit van dit werk weer naar boven gehaald en laat dezelfde schildershand zien die ook de Hooiwagen en Johannes op Patmos schilderde.

Samenstelling BRCP-team

Het internationale BRCP-team bestaat uit negen onderzoekers met ieder hun specifieke expertise, waaronder (technisch) kunsthistorici, een fotograaf, een restaurator en een computerwetenschapper (zie bijlage voor overzicht). Zo heeft de fotograaf volgens een vaste methode met steeds dezelfde apparatuur de schilderijen en tekeningen gedocumenteerd op een tot op heden ongekende resolutie. Dat is gebeurd in zichtbaar licht, maar ook met behulp van infraroodfotografie, infraroodreflectografie en de gedigitaliseerde röntgenfotografie, zodat niet alleen de kleinste details zichtbaar gemaakt konden worden, maar ook de voorbereidende ondertekening, die nu onder diverse verflagen ligt en voor het blote oog onzichtbaar is. Van elk schilderij zijn tientallen, soms honderden 60-megapixelfoto’s gemaakt. Een restaurator heeft volgens een vast protocol alle schilderijen van Bosch geanalyseerd, teneinde meer te weten te komen over de techniek waarmee deze zijn vervaardigd en over de conditie waarin deze vijfhonderd jaar oude werken zich tegenwoordig bevinden.

Spectaculaire restauraties

Naast het onderzoek (research) heeft het BRCP zich het behoud en de restauraties (conservation) van de werken van Bosch ten doel gesteld. Minutieuze bestudering van de conditie van de schilderijen heeft duidelijk gemaakt dat veel werken zorg nodig hebben. Dat heeft geleid tot de restauratie van een aanzienlijk deel van het oeuvre, dankzij subsidie van het BRCP en de Getty Foundation (Panel Paintings Initiative). Het leverde spectaculaire restauraties op, zoals die van het Wilgefortistriptiek, het Heremietentriptiek en de Visioenen van het Hiernamaals uit Venetië, de Heilige Hiëronymus uit Gent, de Heilige Christoffel uit Rotterdam en het Laatste Oordeel uit Brugge. “De restauraties hebben verborgen zaken blootgelegd. We zien nu de echte Bosch en hierdoor kunnen we zijn schilderijen beter interpreteren en waarderen”, aldus Luuk Hoogstede, als restaurator betrokken bij het project.

Innovatieve website

De informatie van het BRCP wordt voor iedereen toegankelijk gemaakt via de website boschproject.org. Het werk van de meester zal tot in de kleinste details te bekijken en te vergelijken zijn met behulp van de baanbrekende curtain viewers, ontwikkeld door computerwetenschapper Robert G. Erdmann. Deze ‘gordijnkijker’ stelt bezoekers in staat de grote hoeveelheid informatie als gevolg van de nieuwe beeld-/fotografietechnieken op een toegankelijke manier te verwerken en te vergelijken. Zo wordt voor elk type fotografie een gordijn opzij getrokken zodat de bezoeker zich kan concentreren op één detail zonder de context te verliezen en zo in staat is een reis te maken door alle verflagen van het betreffende schilderij.

Erdmann, werkzaam bij het Rijksmuseum en onder meer actief voor het MoMA en The Metropolitan Museum of Art in New York: “Nog nooit is het hele œuvre van één kunstenaar volgens dezelfde standaarden in beeld gebracht. Normaal heeft elk museum zijn eigen camera’s, met andere belichting en formaten, wat het voor onderzoekers lastig maakt kunstwerken goed met elkaar te vergelijken. De standaardisering van het onderzoeksproces zorgt wetenschappelijk gezien voor een stevige stap voorwaarts, omdat we nu zeker weten dat we schilderijen en tekeningen met elkaar vergelijken en niet slechts de wijze waarop ze zijn gefotografeerd.”

Voor het BRCP ontwikkelde Erdmann nog een aansprekende nieuwe toepassing, gebaseerd op de Morelli-methode, genoemd naar de 19e-eeuwse Italiaanse kunsthistoricus Giovanni Morelli (1816-1891). Deze bedacht een methode om de authenticiteit van een kunstwerk vast te stellen, gebaseerd op het vergelijken van geschilderde details als oren en handen. In dergelijke kleine details is immers het ‘handschrift’ van de schilder herkenbaar. Erdmann moderniseerde Morelli’s visie voor het Bosch-project. Door bijvoorbeeld alleen de oren van verschillende werken van Bosch op een computerscherm naast elkaar te bekijken, worden overeenkomsten en verschillen meteen duidelijk. Alle fotografische documentatie van het Bosch-project wordt online beschikbaar gemaakt via boschproject.org.

BoschDoc

Alle archivalische bronnen over Jheronimus Bosch, zijn directe context en zijn oeuvre worden met vertaling en uitleg ontsloten in de website BoschDoc, een project in samenwerking met het Huygens ING, het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch en de Radboud Universiteit Nijmegen. BoschDoc is raadpleegbaar via boschdoc.huygens.knaw.nl.

Wetenschappelijke publicaties van het BRCP

De resultaten van het wereldwijde onderzoek van het BRCP worden gepubliceerd in een monografie, een tweedelig wetenschappelijk naslagwerk van in totaal ruim duizend pagina’s, geïllustreerd op niet eerder vertoonde wijze. In deel 1, de Catalogue raisonné, worden alle schilderijen en tekeningen van Bosch en zijn werkplaats behandeld, aangevuld met besprekingen van enkele schilderijen die tot voor kort als eigenhandig werden beschouwd. De Catalogue raisonné wordt voorafgegaan door vier essays. Daarin wordt ingegaan op de levensloop van Bosch, op de vraag wat een Bosch is, op de materialen en technieken die hij gebruikte en op de conserverings- en restauratiegeschiedenis van zijn werken. Deel 2, Technical Studies, bevat alle onderzoeksrapporten over de bestudeerde schilderijen, ingeleid door twee essays over de fotografie en de beeldverwerking door het BRCP.

Het onderzoeksteam

Dr. Matthijs Ilsink (kunsthistoricus, coördinator BRCP, Radboud Universiteit Nijmegen)
Matthijs Ilsink studeerde Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Rijksuniversiteit Maastricht en Kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef een doctoraalscriptie (1999) over tekeningen uit de Romeinse barok. Vervolgens was hij als assistent-conservator verbonden aan het Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam voor de tentoonstellingen Jheronimus Bosch en Pieter Bruegel, meestertekenaar (beide 2001). Tussen 2003 en 2009 schreef hij in het kader van het Vlaams Nederlands Cultureel akkoord aan de Radboud Universiteit een dissertatie met als titel Bosch en Bruegel als Bosch. Kunst over kunst bij Pieter Bruegel (ca. 1528-1569) en Jheronimus Bosch (c. 1450-1516). Hierop promoveerde hij in 2009 cum laude. Op dit moment is Matthijs Ilsink werkzaam als coördinator van het Jheronimus Bosch Research & Conservation Project, en i.s.m. Jos Koldeweij gastcurator van de tentoonstelling Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie, Het Noordbrabants Museum voorjaar 2016 (met begeleidende catalogus). Daarnaast doceert hij aan de Nijmeegse universiteit.
Prof. Dr. Jos Koldeweij (kunsthistoricus, voorzitter wetenschappelijk comité BRCP, Radboud Universiteit Nijmegen)
Jos Koldeweij is sinds 1993 hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarvoor was hij als docent en onderzoeker verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht en de Katholieke Universiteit Nijmegen en als conservator aan het Noordbrabants Museum te ’s-Hertogenbosch. Koldeweij studeerde kunstgeschiedenis te Utrecht, waar hij in 1985 cum laude promoveerde op de studie 'Der gude sente Servas. Sint Servatius en de Servatiana: een onderzoek naar de beeldvorming rond een heilige in de Middeleeuwen'. Zijn bijzondere aandachtsgebied is de beeldende kunst van de late middeleeuwen in cultuurhistorische context met een accent op noordwest Europa. Hij was als tentoonstellingscurator ondermeer verantwoordelijk voor 'Jheronimus Bosch' (Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam 2001, met tweedelige wetenschappelijke catalogus) en ‘Geloof & Geluk. Sieraad en devotie in middeleeuws Vlaanderen’ (Bruggemuseum – Gruuthuse, Brugge 2006-2007, met wetenschappelijke catalogus). Het oeuvre van Jheronimus Bosch vormt een hoofdthema in zijn huidige onderzoek. Valorisatie hiervan tot op heden: de opzet en begeleiding van het Jheronimus Bosch Art Center te ’s-Hertogenbosch en een reeks van internationale Jheronimus-Bosch-congressen (2001, 2007, 2012, 2016) en het Bosch-Research-and-Conservation-Project dat uitloopt op de herdenking van de vijfhonderdste sterfdag van deze schilder (1516-2016). Hij is initiatiefnemer en wetenschappelijk leider van het Bosch Research and Conservation Project en i.s.m. dr. Matthijs Ilsink gastcurator van de tentoonstelling Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie, Het Noordbrabants Museum voorjaar 2016 (met begeleidende catalogus).
Prof. Dr. Ron Spronk (technisch kunsthistoricus, Queen’s University, Kingston, Ontario, Canada, Radboud Universiteit Nijmegen)
Ron Spronk is sinds 2007 hoogleraar Kunstgeschiedenis aan Queen’s University in Kingston (ON), in Canada. Sinds 2010 is hij tevens bijzonder hoogleraar Jheronimus Bosch en de Vroeg-Nederlandse schilderkunst aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van 1994 tot 2007 werkte hij bij de Harvard Art Museums in Cambridge (MA), Verenigde Staten, waar hij als kunsthistorisch onderzoeker verbonden was aan het Straus Center for Conservation and Technical Studies. Spronk, een technisch kunsthistoricus, is gespecialiseerd in het onderzoek van materialen en technieken van schilderijen. Hiervoor wordt met behulp van onder meer infrarood reflectografie en röntgenopnames de ontstaansgeschiedenis en bewaartoestand van schilderijen in kaart gebracht. Spronk heeft meegewerkt aan verschillende grote interdisciplinaire onderzoek- en tentoonstellingsprojecten, waarin hij steeds nauw samenwerkt met kunsthistorici, restauratoren, chemici, en andere wetenschappers. Naast zijn werk voor het BRCP is hij ook actief betrokken bij de restauratie van het Lam Gods in Gent, waarvoor hij de webapplicatie Closer to Van Eyck coördineert, en bij een tentoonstelling over Pieter Bruegel in Wenen (2018).
Luuk Hoogstede, MA (schilderijenrestaurator, Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL))
Luuk Hoogstede is Paintings Conservator bij de Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) in Maastricht en lid van het multidisciplinaire BRCP Research Team. Hoogstede studeerde cum laude af in kunstgeschiedenis en is opgeleid in de conservering van schilderijen. Hij deed ervaring op in zowel het Van Gogh Museum als het Rijksmuseum in Amsterdam. In 2009 kreeg hij een beurs aan het New York Metropolitan Museum of Art om onderzoek te verrichten en technieken toe te passen die worden gebruikt voor het structurele behoud van schilderijen op paneel. Hoogstede, die voor het BRCP werkt als kunsthistoricus en conservator, onderzoekt de schildertechnieken van Bosch, zijn gebruik van materialen en hij beoordeelt de staat van de panelen. Hij is ook verantwoordelijk voor de samenstelling van de technische rapporten over de onderzochte schilderijen en adviseert over de conservatie ervan. Hoogstede heeft meegewerkt aan de restauratie van de Venetiaanse schilderijen van Bosch (2013-16) en heeft een adviserende rol in de behandeling van een aantal andere werken van Jheronimus Bosch. Hij is gespecialiseerd in het behoud van schilderijen op paneel en is deelnemer aan het Getty Foundation Panel Paintings Initiative. In 2013 kreeg Hoogstede een beurs van de Gieskes Strijbis Foundation voor zijn Bosch-onderzoek en conserveringswerkzaamheden en kon hij zijn proefschrift schrijven.
Prof. Dr. Robert G. Erdmann (computerwetenschapper, Het Rijksmuseum, Universiteit van Amsterdam, Radboud Universiteit Nijmegen)
In 2006, voorafgaand aan het behalen van zijn Ph.D. aan de Universiteit van Arizona, begon Robert Erdmann een software engineeringbedrijf. Hij werkte intensief aan rekenkundige materiaalkunde terwijl hij werkzaam was bij Sandia National Laboratories. Later sloot hij zich, als universitair docent en -hoofddocent aan de faculteit van de Universiteit van Arizona, aan bij het Programma in de Toegepaste Wiskunde van de afdeling Materials Science and Engineering. Daar werkte hij aan multischaal procesmodellering voor materialen, beeldverwerking en datafusie voor het cultureel erfgoed. In 2013 was hij Fellow in Residence bij het Netherlands Institute for Advanced Study en in 2014 verhuisde hij definitief naar Amsterdam. Daar richtte hij zich fulltime op de combinatie van materiaalkunde en informatica om de wereld zo toegang te geven tot het cultureel erfgoed, het te helpen begrijpen en te bewaren. Hij is momenteel Senior Scientist in het Rijksmuseum. Daar bekleedt hij, als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, de leerstoel Conservation Science en de bijzondere leerstoel voor de Visualization of Art History aan de Radboud Universiteit. Hij is directeur van het Thread Counting Automation Project (TCAP) en is verantwoordelijk voor de digitale infrastructuur voor het Bosch Research and Conservation Project (BRCP), waarvoor hij een verscheidenheid aan beeldverwerkings- en visualisatietechnieken ontwikkelde (http://boschproject.org).
Rik Klein Gotink (fotograaf)
Rik Klein Gotink is sinds 1993 zelfstandig fotograaf van Cultreel erfgoed, voor diverse musea, waaronder Rijksmuseum Kröller-Müller, Rijksmuseum Twenthe, Gemeentemuseum Den Haag, Stedelijk Museum Amsterdam, De Lakenhal in Leiden, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Museum Boijmans van Beuningen en Kasteel Twickel in Delden. Daarnaast heeft hij een part time aanstelling als fotograaf in het Rijksmuseum Amsterdam, binnen een team van 8 fotografen. Hij geeft trainingen en gastlessen in fotografie voor restauratoren, o.a. voor de Universiteit van Amsterdam, Queen’s University, Kingston, Canada en het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Zijn achtergrond is een 2-jarige propadeuse Technische Natuurkunde, Universiteit Twente, en een studie aan de kunstacademie, de AKI, nu ARTEZ, in Enschede. (www.rkgf.nl) Voor het Bosch Research and Conservation Project heeft hij vrijwel alle fotografie gedaan. De opnamen in zichtbaar licht en in IR fotografie in een extreme resolutie van 1200 ppi. Ook heeft hij IR reflectografie (IRR) gedaan met de Osiris camera, in een resolutie van 260 ppi. Hiertoe heeft hij een raamstatief ontwikkeld om de vele macrobeelden in hoog tempo, en accuraat te kunnen opnemen. Al deze beelden zijn samengevoegd tot zeer grote foto’s, waarbij deze 3 lichtsoorten in register liggen. Via de website van het project zijn deze snel toegankelijk en in register te zien. Ook zijn er diverse zoekmogelijkheden te gebruiken. Voor de opnamen in zichtbaar licht zijn de Metamorfoze richtlijnen gehanteerd.
Hanneke Nap, MA (wetenschappelijk medewerker)
Hanneke Nap studeerde kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, waar ze in 2011 haar master behaalde. Tijdens haar studie specialiseerde ze zich voornamelijk in laatmiddeleeuwse (schilder)kunst. Na een stage bij het Bosch Research and Conservation Project, is ze sinds 2012 als wetenschappelijk medewerker bij het BRCP werkzaam en als zodanig betrokken bij alle verschillende facetten van het onderzoeksproject.
Daan Veldhuizen, MA (wetenschappelijk medewerker)
Daan Veldhuizen is sinds de zomer van 2014 als onderzoeksassistent verbonden aan het BRCP. In februari 2015 studeerde hij cum laude af als kunsthistoricus aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn masterscriptie handelt over zeventiende-eeuwse propagandaprenten met Maurits van Nassau in de hoofdrol.
Travis Sawyer, BSc. (wetenschappelijk medewerker van Robert G. Erdmann)
Loes Scholten
Loes Scholten volgde na een opleiding aan de kunstacademie het schakelprogramma en de Master Kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens deze Master kreeg zij de kans zich te verdiepen in het werk van Jheronimus Bosch en studeerde zij af met de scriptie De tekeningen Goochelaar en Feestvierders en helmen; over de iconografie en de toeschrijving aan Jheronimus Bosch. Na haar studie bleef zij verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deed zij in dat kader archiefonderzoek naar de woon- en werksituatie van de Bossche schilder, wat resulteerde in het artikel Atelier Van Aken; de werkplaats van Jheronimus Bosch? Op dit moment werkt zij voor het Jheronimus Bosch Research & Conservation Project aan de samenstelling van de database BoschDoc, waarin al het archiefmateriaal over Bosch, zijn werk en zijn woon- en werksituatie zal worden opgenomen.

Bekijk ook:

Bosch Research and Conservation Project

Persdossier inclusief beeldmateriaal